Nu kunstmest op droog grasland is sterk af te raden

Dit bericht werd geplaatst in Bemesting, Grasland, Nieuws en getagd , , , , op .

Nu de grasgroei door de extreme droogte al langere tijd stilstaat en het uitrijden van drijfmest na 15 augustus niet is verlengd, krijgen we vaak de vraag: heeft een lichte dosis stikstofkunstmest vóór 31 augustus nog zin?

Ons advies is helder: doe dit niet. Enkel op (geïrrigeerde of natte) percelen die momenteel nog actief groeien, kan een kleine dosis verantwoord zijn. Het aantal percelen waarop dit van toepassing is in Vlaanderen, lijkt ons echter zeer beperkt.

De huidige graslanden vallen momenteel onder te verdelen in twee groepen:

1. Percelen met zodeschade
Op deze percelen zijn de gewenste grassen gedeeltelijk afgestorven. Hierdoor krijgen wortelonkruiden zoals zuring en vooral kweek vrij spel. Ziet u op dorre percelen pleksgewijs al grijze grassen met groen blad verschijnen? Dat is vaak de eerste indicatie van kweek. Bemesten heeft hier geen zin; het versterkt enkel de ongewenste soorten. Bovendien zal het nitraatresidu verder toenemen bovenop de hoge residu’s die we door de extreme droogte verwachten.

2. Percelen in groeistilstand zonder zware zodeschade
Deze percelen hernemen de groei zodra het regent, maar hebben ongetwijfeld schade aan de haarwortels. Kunstmest toedienen = zout toedienen en zorgt voor extra stress. Zelfs een bui van 10 tot 20 mm is ruim onvoldoende. Bovendien zal de mineralisatie van organische stof in de bodem die reeds weken op een laag pitje zit, pieken zodra er weer neerslag valt. Droge zomers worden heel vaak gevolgd door een sterkere najaarsgroei. Extra stikstof toedienen kan negatieve gevolgen hebben:

  • Het verhoogt weliswaar het ruw eiwitgehalte (RE%), maar vooral onder de vorm van OEB.
  • Het drukt het suikergehalte en bemoeilijkt het voordrogen tijdens de kortere najaarsdagen in september-oktober. Dit leidt tot minder smakelijk gras in nattere pakken of in de kuil.

Hoe zit het met gras/klaver?
In percelen met een goed aandeel van vooral rode klaver zagen we in juli ondanks de droogte nog een aanvaardbare groei. Is er geen of beperkte zodeschade? Ook dan is extra stikstof niet aan de orde. Als er voldoende klaver aanwezig blijft, steunt de zode naast de bodemmineralisatie op de eigen stikstoffixatie.

Wat te doen na de eerste regen?
Inspecteer uw graspercelen grondig 10 tot 14 dagen na neerslag van betekenis. De percelen kleuren dan sowieso groen, maar de vraag is wát er groeit. Let goed op het type onkruid en de aanwezigheid van ongewenste grassen zoals kweek (herkenbaar aan de pleksgewijze groei en ondergrondse wortelstokken). Soorten als klavers, luzerne, smalle weegbree, rietzwenkgras en kropaar overleven de droogte beter dan Engels raaigras. Maar een grondige inspectie blijft ook hier zeer nuttig.

Thijs Vanden Nest (ILVO)