Afrijping mais 2026: warm weer zorgt voor snelle afrijping, grote verschillen tussen en binnen percelen
Dit bericht werd geplaatst in Maïs, Nieuws en getagd mais, maisrassen op .
Inmiddels hebben we de derde hittegolf achter de rug. Het warme weer zorgde ervoor dat de mais gemiddeld over het LCV-netwerk zo’n 5,5% steeg in drogestof. Het ultravroege ras P7179 is zowat op alle locaties oogstklaar. Ook de vroege rassen KWS Curacao en LG32257 zijn oogstklaar op heel wat locaties. Voor de latere rassen SY Remco en SY Freyja is het beeld wisselend. Op sommige locaties lijkt er nog minimaal 2 weken marge te zijn terwijl op andere locaties het oogstmoment er aan komt.

Als we naar de locaties afzonderlijk kijken, dan worden net als vorige week in St Niklaas de hoogste drogestofgehaltes genoteerd. Alle rassen zijn hier haksel klaar. De mais op deze locatie nadert het oogstmoment.
In Poperinge werd de hoogste stijging genoteerd. Het ultravroege ras P7179 heeft een drogestofpercentage van meer dan 40% , het vroege ras LG32257 38,3%. De latere rassen SY Remco en SY Frejya halen net 30% of iets minder.
Ook in Retie hebben de vroege rassen P7179, KWS Curacao en LG32257 een drogestofpercentage van meer dan 38%. Bij SY Remco bedraagt het drogestofgehalte net geen 30%. De naburige locatie in Geel, op meer vochthoudende grond en minder legering, laat een zelfde beeld zien doch liggen de drogestofpercentages hier wat lager.
In Hoogstraten heeft het ultravroege ras P7179 een drogestofpercentage van 47% wat ver boven het gewenste oogsttraject valt. De andere rassen zitten duidelijk lager in cijfers.
De locatie Achel, wat een beregend perceel is, laat de laagste cijfers zien. Het perceel rijpt duidelijk trager af dan de andere locaties.
De kolfloze mais op het perceel in Bocholt steeg gemiddeld zo’n 1,8% in droge stof. Zoals eerder aangehaald heeft het geen zin om zulke mais zonder kolf nog lang op het veld te laten staan. Bij een oogst lager dan 28% drogestof moet er wel extra aandacht zijn voor het inkuilproces en sapverliezen.
Voor de komende week zijn de temperaturen milder en zijn er buien voorspeld. De mais zal hierdoor wellicht wat trager gaan afrijpen. Doch is er heel wat mais vergevorderd en is de percelen goed opvolgen en tijdig de loonwerker verwittigen de boodschap.
Veel landbouwers worden geconfronteerd met grote verschillen tussen percelen en binnen percelen. Het lijkt meest aangewezen om percelen met voldoende en goed gevulde kolven te hakselen en zo een kwalitatieve kuil te maken voor het melkvee. De vraag is echter wat te doen met heterogene percelen waar zowat alle vormen van kolven voorkomen en die mogelijk al deels verdroogt zijn. Ook zijn er percelen waar een aanzienlijk deel van de kolven hangt waardoor de afrijping wordt verstoord. Hakselen is één optie maar er moet dan rekening gehouden worden met een lagere voederwaarde. Bij zulke percelen kan de mogelijkheid bekeken worden om als MKS of CCM te oogsten. Op deze manier kan er toch nog een zetmeelrijk product geoogst worden. Het is aan te raden om met de voeradviseur de situatie te bekijken hoe dergelijke mais best kan gevaloriseerd worden in het rantsoen.

Sterke variatie in afrijping binnen een perceel.

Hangende kolven verstoren de afrijping.
Gert Van de Ven (Hooibeekhoeve)