Welke actie onderneem je best bij maïs met stormschade?
Dit bericht werd geplaatst in Maïs, Nieuws, Praktijkonderzoek, Voorlichting en getagd maisrassen, stormschade op .
De storm die tijdens de nacht van 27 op 28 juni over Vlaanderen trok, heeft op veel maïspercelen aanzienlijke schade veroorzaakt. De schade varieert van licht gelegerde planten tot volledig platgeslagen percelen (foto 1). Op sommige plaatsen zijn de stengels bovendien geknakt, een fenomeen dat bekendstaat als greensnapping (foto 2).

Willekeur?
Een snelle rondvraag binnen het Technisch comité van LCV dat bestaat uit de partners en landbouwers leert ons dat de schade in meer of mindere mate over heel Vlaanderen voorkomt, met de zwaarste impact in Vlaams-Brabant.
Zowel in rassenproeven als in de praktijk zijn duidelijke verschillen in stormschade tussen percelen en rassen zichtbaar. Het is echter nog niet duidelijk of deze verschillen werkelijk rasgebonden zijn of eerder samenhangen met het groeistadium op het moment van de storm. Opvallend is dat vooral de grootste en verst ontwikkelde planten vaak het zwaarst getroffen zijn.
Ook perceelskenmerken lijken een invloed te hebben. De ligging ten opzichte van bomen, het daardoor ontstaan van valwind en zelfs de richting van de rijen lijken te bepalen hoeveel schade er is.
Foto 3 : Na 4 dagen heeft de gelegerde maïs zich al terug opgericht : de zogenaamde wandelstokken zijn een overblijfsel vande storm

Actie afhankelijk van het type schade

1. Enkel gelegerde maïs: geduld loont
Wanneer de planten enkel zijn omgewaaid maar niet geknakt, is ingrijpen meestal niet nodig. De maïs zal zich in de meeste gevallen opnieuw oprichten. De stengel groeit daarbij verder met een lichte kromming, waardoor de planten later het typische uitzicht van een “wandelstok” krijgen.
Hoewel een lichte opbrengstvermindering mogelijk is, zullen deze planten doorgaans nog een normale kolf vormen.
2. Geknakte planten (greensnapping): schat de schade correct in
Bij greensnapping is de stengel geknakt waardoor de sapstroom wordt onderbroken. Deze planten herstellen niet meer en leveren geen normale opbrengst.
Maak daarom eerst een goede inschatting van het aandeel geknakte planten op het perceel.
Minder dan 20% geknakte planten: het perceel blijft oogstwaardig. Houd wel rekening met een opbrengstverlies.
20 tot 50% geknakte planten: de rendabiliteit wordt twijfelachtig. Maak een perceelsgebonden afweging op basis van opbrengstverwachting, voederbehoefte en herinzaaimogelijkheden.
Meer dan 50% geknakte planten: de opbrengst zal doorgaans onvoldoende zijn om nog rendabel te oogsten. In dat geval is klepelen en onderwerken meestal de beste keuze.
Welk gewas na vernietiging?
Wanneer een perceel wordt vernietigd, rijst de vraag welk gewas nog kan worden ingezaaid.
Herinzaai met maïs
Wie opnieuw voor maïs kiest, zaait best zo snel mogelijk een ultravroeg ras (FAO 160 of lager). Een iets lagere zaaidichtheid is daarbij aangewezen. Opnieuw bemesten is niet nodig, de N-voorraad in de bodem zit op zijn maximum, bovendien zullen de ingewerkte plantenresten opnieuw stikstof vrijstellen.
Snel handelen is wel belangrijk, want na de langste dag neemt het opbrengstpotentieel snel af. Bovendien bleek uit de LCV-proef Sprintmaïs (2019) dat een zaai in juli resulteerde in een te laag drogestofgehalte (minder dan ongeveer 20%), waardoor het gewas moeilijk inkuilbaar werd.
Na 1 juli: kies beter een alternatieve teelt
Na 1 juli verdient een alternatief voor maïs meestal de voorkeur.
Geschikte opties zijn onder meer:
- een grasmengsel voor tijdelijk grasland, bijvoorbeeld Italiaans raaigras;
- een grasmengsel aangevuld met snel ontwikkelende klavers, zoals incarnaatklaver;
- soedangras, waarmee nog één tot twee sneden mogelijk zijn.
Let bij soedangras wel op voor de mogelijke vorming van blauwzuur wanneer een jong, snelgroeiend gewas wordt geoogst. Kies zeker niet voor voedersorghum, omdat dit gewas onvoldoende tijd heeft om nog volledig af te rijpen.