Graslandupdate: zomerdroogte

Dit bericht werd geplaatst in Grasland, Nieuws en getagd , , op .

De zomer van 2026 heeft onze graslanden zwaar op de proef gesteld. Met relatief veel zonnestraling en warme temperaturen was er theoretisch een hoge evapotranspiratie mogelijk. Helaas kon die niet omgezet worden in hoge grasopbrengsten. Een gebrek aan water in de wortelzone zorgde ervoor dat de huidmondjes sloten en deed de fotosynthese stilvallen. Vanaf een bodemtemperatuur van 20°C kan gras hittestress ondervinden, zeker wanneer de plant door de gesloten huidmondjes helemaal geen methode meer heeft om zich af te koelen. Vooral juli was uitzonderlijk droog, met lokaal soms een totale maandneerslag van nog minder dan 10 mm. Dit terwijl de potentiële dagelijkse evapotranspiratie zich vaak al tussen de 4 en 6 mm bevond.

Voor grasland vertaalt dit zich in een sterk vertraagde hergroei en bijhorende lagere grasopbrengsten. Vooral oppervlakkig wortelende rassen en percelen op lichte, droogtegevoelige bodems kregen het al snel moeilijk. De gevolgen zijn echter niet alleen zichtbaar in de opbrengst en kwaliteit van de zomermaaisneden, maar kunnen zich ook doorzetten in het najaar vanwege een dringend nodige herstelperiode, open plekken en veronkruiding van de zode.

Verdroging van grasland ©PVL

Opbrengstresultaten tot nu

In de grafiek is de geraamde biomassa op basis van grashoogtemetingen op 4 percelen in West-Vlaanderen te vinden. Om de biomassa te berekenen wordt rekening gehouden met een maaihoogte of stoppel van 7 cm. Tijdens de zomerperiode is te zien dat het gras niet meer groeit, en zelfs gaat inkrimpen onder invloed van de extreem droge omstandigheden. Bij de metingen in de Antwerpse Kempen zien we gelijkaardige trends.

De eerste 2 à 3 snedes winnen dus aan belang om voldoende wintervoorraad te kunnen inkuilen. Dit jaar kon de eerste snede al vroeg gemaaid worden, maar dat is in de toekomst natuurlijk geen zekerheid.

Niet elke zode reageert hetzelfde

De droogte maakt duidelijk dat de soortenkeuze een belangrijk onderdeel van klimaatadaptatie kan zijn. Engels raaigras blijft een zeer waardevolle soort, maar op droogtegevoelige percelen kan het interessant zijn om soorten met een diepere beworteling in het mengsel op te nemen. Zo biedt rietzwenkgras een betere droogtetolerantie, maar is deze ook goed opgewassen tegen zeer natte omstandigheden. Hierdoor zijn de opbrengsten van een mengsel met zowel Engels als rietzwenk vaak hoger in extreme omstandigheden dan bij het traditioneel Engels raaigras.

Ook klaver en kruiden kunnen een plaats krijgen in een toekomstbestendig grasland. Zij kunnen de grasproductie aanvullen op het moment dat de grasgroei in de zomer terugvalt. Verschillende soorten zoals rode klaver, cichorei en smalle weegbree zijn beter bestand tegen droge omstandigheden omwille van hun diepere beworteling. Een mengsel met verschillende soorten spreidt bovendien het risico: wanneer de ene soort door droogte stilvalt, kunnen andere soorten de productie gedeeltelijk overnemen.

Niet enkel de soorten in het mengsel zijn van belang, maar ook de rassen van die soorten. Zo lijkt het belangrijker te worden om ook de rassen enigzins af te stemmen op een zo groot mogelijk opbrengstpotentieel in het voorjaar, wanneer er meestal meer water beschikbaar is.

Wat nu?

Controleer en beoordeel:
Een dorre zode betekent niet automatisch dat het grasland gescheurd moet worden. De laatste week is er, op heel wat plaatsen, terug wat zeer welgekomen neerslag gevallen. Een graszode is vaak zeer veerkrachtig en ondanks een slecht bovengronds beeld, kan wat neerslag wonderen verrichten. Vaak is de zode toch in staat om enkele dagen later weer nieuwe witte worteltjes en jonge groene scheutjes te vormen.

Let echter op: niet alles wat groen is, is wenselijk. Kijk uit voor hoge aandelen onkruid(grass)en die hun kans grijpen, waaronder kweekgras. Kweek kan zorgen voor lichtgroene plekken in de zode en is te herkennen aan zijn wortelstokken. Deze wortelstokken helpen kweek in droge omstandigheden om de gewenste grassen uit de zode weg te concurreren.

Evalueer en neem actie:
Bij een kwalitatief gezien redelijk goede, maar iets uitgedunde zode kan doorzaaien de eerste keuze zijn. Daarmee wordt de bestaande zode behouden en kunnen open plekken opnieuw worden ingevuld door gewenste grassen en eventueel klavers of kruiden, in plaats van de onkruid(grass)en die er anders zouden plaatsnemen.

Is de zode echter sterk beschadigd of zwaar vervuild met onkruiden, meer dan 20 à 30% open plekken of (gras)onkruiden, dan kan graslandvernieuwing economisch interessanter zijn. Houd hierbij wel rekening met de hogere kosten en lagere opbrengsten het eerste jaar na aanleg.

Denk steeds goed na over het mengsel dat je gebruikt. Kies daarbij een mengsel dat past bij het toekomstige gebruik en de droogtegevoeligheid van het perceel. Denk dan ook aan klavers die naast een hogere droogtetolerantie eveneens stikstof helpen voorzien door hun natuurlijke stikstoffixatie. Klavers doorzaaien in een bestaande graszode verloopt vaak wat moeilijker. Houdt er eveneens rekening mee dat mengsels met klavers en kruiden best tijdig gezaaid worden, liefst nog voor eind september.