Afrijping mais 2026: de regen zorgt voor vertraging in de afrijping

Dit bericht werd geplaatst in Maïs, Nieuws en getagd , op .

Op 20 augustus werden er terug stalen genomen in het LCV-netwerk. De locaties Retie en St Niklaas zijn ondertussen gehakseld zodoende dat deze week van 9 locaties cijfers worden gepubliceerd.

Het weer is de afgelopen dagen veranderd. Op de meeste locaties viel er neerslag en de temperatuur schommelde tussen de 20°C en 25°C. Deze weersomslag is terug te zien in de drogestofcijfers. Waar er vorige week een stijging van gemiddeld 55% was, is het drogestofpercentage nauwelijks toegenomen.

De locatie Lemberge kende met 3.2% de hoogste stijging. In Lievegem, Achel en Bocholt was er quasi een status quo. Op de locatie Hoogstraten was er zelfs een duidelijke afname. De daling is mogelijk te verklaren door de neerslag kort voor de staalname.
De locatie Achel waar de mais is beregend blijft de mais trager afrijpen en zijn de verschillen tussen de rassen ook eerder klein. De andere locatie in Noord-Limburg, Bocholt, heeft ook lagere cijfers doch gaat het hier over kolfloze mais.
Op de andere locaties blijkt dat het ultravroege ras P7179 oogstrijp is of zelfs al te ver is afgerijpt met drogestofpercentages hoger dan 40%.

Ook de vroege rassen KWS Curacao en LG32257 kunnen als oogst klaar beschouwd worden. Op een aantal locaties zit hun drogestofpercentage lager dan 35% maar de afgelopen week bleef het quasi droog en voorspellen iets hogere temperaturen. Er mag verwacht worden dat op deze locaties ze ook stilaan 35% halen de komende dagen. Voor de latere rassen SY Remco en SY Freyja blijft het beeld wisselend. In Poperinge en Geel nadert het oogstmoment, op andere locaties halen ze nog geen 30% droge stof.  

In de praktijk blijken binnen percelen grote verschillen te zijn in afrijping. Dit wordt visueel gemaakt in kaartje waar blijft dat het drogestofpercentage varieert van ca 27% tot ca 40%.

Kaart vochtigheidsgraad (bron TJ Van Loco Kasterlee)

De vraag is hoe hier mee op te gaan. Als bij een veldcontrole blijkt dat de er binnen het perceel echt aparte delen zijn de onderscheiden, kan er voor gekozen worden deze apart te hakselen op ene ander tijdstip. Als de verschillen pleksgewijs zijn en het moeilijk is om apart te hakselen, dan kan een goede menging helpen, hetzij bij het hakselen, hetzij bij het lossen in de kuil. De droge mais zal dan het vocht uit de nattere delen opvangen. Alleszins moet vermeden worden dat er natte mais onderin de kuil komt, i.v.m. met sapverliezen. Daarnaast zijn er uit de praktijk ook meldingen van kuilgassen. Deze geeloranje tot bruine gassen ontstaan bij groene, natte mais zonder kolf of mais die kort voor oogst nog veel stikstof heeft opgenomen. Als dit fenomeen zicht voordoet, dient er omzichtig mee om te gaan te worden. Bij het openen van een kuil met kuilgassen, is voorzichtigheid noodzakelijk. Deze gassen kunnen toxisch en irriterend zijn. Zorg daarom voor voldoende ventilatie en vermijd blootstelling.

Gert Van de Ven