BEMESTING GRASLAND VERVROEGD IN DE STARTBLOKKEN
Dit bericht werd geplaatst in Bemesting, Grasland, Nieuws, Praktijkonderzoek, Voorlichting en getagd bemesting, grasklaver, grasland, temperatuursom op .
Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns heeft samen met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) beslist om de uitrijregeling voor drijfmest op grasland met een week te vervroegen naar 9 februari. Door de drogere winter is het mogelijk om dit jaar al vroeger te starten met het toedienen van de zogenaamde type 2-meststoffen op grasland.
Respecteer de voorwaarden
Wil je mest uitrijden vanaf 9 februari respecteer dan de volgende voorwaarden:
• In de week tussen 9 februari en 16 februari is een maximale gift van 100 kg N per ha uit drijfmest toegelaten. Omgerekend aan de forfaitaire inhoud van runderdrijfmest (4,8 kg N/ton) betekent dit maximaal 20,8 ton per ha.
Een logische voorwaarde, want fractioneren van drijfmest op grasland is gangbaar en blijft zeker aan te bevelen. Kan je begin februari bemesten, dan mag je rekenen op een vroege eerste snede. Je kan er dus op rekenen dat je zeker tijdig een tweede en ook derde fractie drijfmest kan toedienen.
• Koos je ervoor om niet met forfaitaire inhoud van drijfmest te werken, moet je een analyse-uitslag ter beschikking hebben. Hopelijk kunnen de labo’s deze ook versneld aanleveren nu de versoepeling er is.
• Mest uitrijden op drassig, bevroren of besneeuwd land is verboden. Voorlopig geven de weerberichten geen vorst of winterse neerslag aan.
• Respecteer de beschermings- en bemestingsvrije stroken. Geef ook je loonwerker hierover de juiste informatie mee.
Andere startdata voor andere soort meststoffen of andere teelten
Stalmest toedienen kon al vanaf 16 januari. Voor maïs en aardappelen zonder voorteelt blijft de startdatum wel 16 maart. Kunstmest (die stikstof of fosfor bevat) mag je toedienen vanaf 1 februari.
Volgens de juiste praktijken
Eén van de insteken om vroeger te mogen bemesten is de drogere winter. Het spreekt voor zich dat iedere landbouwer voor zijn perceel moet bepalen of die voldoende droge omstandigheden ook in de praktijk gelden. Niet overal viel evenveel neerslag. Slechte afwatering, beverdammen, lager gelegen percelen,… kunnen ervoor zorgen dat het perceel er natter bijligt dan verwacht. Doe sowieso eerst een controleronde vooraleer je de loonwerker belt of zelf begint mest uit te rijden. Zeker als het gras wat langer is merk je plasvorming of drassige bodem pas als je er effectief over gaat of rijdt.
Gebruik zeker alle beschikbare technieken om bodemverdichting te vermijden. Maar het is niet omdat de huidige bemesters met voorzieningen als brede banden, hondsgang, lage drukbanden,… over het veld ‘kunnen’ dat ze ondergronds geen verdichting kunnen veroorzaken. Wacht zeker na een regendag voldoende lang.
Als we vroeg toedienen van mengmest aanbevelen op grasland, bedoelen we meerjarig grasland dat minstens één keer gemaaid werd. Uitzondering kan een goed ontwikkelde groenbemester zijn, op voorwaarde dat die gemaaid zal worden en de mest dus voor het gras bedoeld is. Nu al mest gaan toedienen op de groenbemester, met de bedoeling de maïs die erna gezaaid wordt al te bemesten, heeft geen enkele zin.
Bemest niet in te lang grasland. Heel wat grasland is lang de winter in gegaan. Mengmest injecteren of toedienen via sleepslangen in te lang grasland beschadigt de zode en besmeurt het gras. Is het gras voldoende lang om te maaien, overweeg dan om eerst nog een ‘wintersnede’ te nemen. Zo kan je erna de korte zode bemesten en groeit er vers etgroen wat zal resulteren in betere voederwaarde en dus benutting van je toegediende meststoffen.
Heel wat landbouwers hebben nog laat in 2025 een maaisnede genomen om te voorkomen dat het gras te lang de winter uit kwam, zo blijkt uit de Poll van B3W :

Figuur 1: weergave van de resultaten van Poll rond laatste snede 2025 (Bron: facebookpagina B3W, 39 stemmen)
De reden dat we vroeg drijfmest willen toedienen is omdat zeker bij koudere bodemtemperaturen runderdrijfmest traag werkt of mineraliseert. Hierdoor is het risico op uitspoelen van stikstof zeer beperkt. Bij het berekenen van de aanvullende stikstof kunstmestgift moet je er rekening mee houden dat 60% van de werkzame stikstof uit dierlijke mest zal vrijkomen de snede na toedienen en vervolgens telkens 20% bij de twee daarop volgende snedes. Dit is een vuistregel, het aandeel minerale stikstof in de mest, een opgewarmde bodem, beschikbaarheid van vocht en een rijk bodemleven versnellen en verbeteren namelijk het vrijkomen van de nutriënten.
Wat met kunstmest?
Temperatuursom
Kunstmest (die stikstof of fosfor bevat) mag je toedienen vanaf 1 februari. Maar gezien de snelle werking van kunstmest wacht je hiervoor beter tot de bodem voldoende opgewarmd is en het gras voldoende groeit. Klassiek kijken we hiervoor naar de temperatuursom. De temperatuursom of T-som is een optelling van alle gemiddelde dagtemperaturen boven 0 graden vanaf 1 januari. Zodra de temperatuursom 250 graden overschrijdt, is de grasgroei al gestart.
Het ideale moment om de eerste kunstmestgift toe te dienen zit tussen 180 en 250 graden. Afhankelijk van het beheer kan je ervoor kiezen al vanaf 180-200 graden te starten met een eerste kunstmestgift. Bijvoorbeeld wanneer je mikt op kleinere (frequentere) maaisnedes of beweiding. Voor een betere benutting van de stikstof is het dan weer beter later te starten met bemesten.

Figuur 2: Verloop van de temperatuursom van dit jaar (rood) en voorgaande jaren in Retie

Figuur 3: Temperatuursom op 4/2 voor enkele locaties in de provincie Antwerpen (in graden)
Raadpleeg zelf de temperatuursom voor jouw perceel met WatchITgrow!
Via WatchITgrow kan je zelf gemakkelijk de temperatuursom voor jouw perceel bepalen. Een account aanmaken is gratis.
Nadat je het perceel of de percelen hebt ingetekend, kan je via ‘Statistieken’ de temperatuursom gemakkelijk terugvinden.
Meststofsoort en fractioneren
Ook de meststofsoort speelt een rol. Een goede evolutie is dat meer en meer landbouwers ervoor kiezen om de kunstmestgift voor de eerste snede te fractioneren. In dat geval is het raadzaam de eerste gift vanaf 180-200 graden temperatuursom toe te dienen.
Voor de eerste fractie kan je dan kiezen voor een beperkte dosis KAS of voor een minder uitspoelingsgevoelige meststof op basis van ureum of ammonium. Deze zorgt voor minder verliezen bij koudere en nattere omstandigheden. Een tweede gift minstens 3 weken voor het maaien zorgt dat de bodemvoorraad op die moment aangevuld wordt met snel opneembare nitraat (KAS) die vervolgens in de plant wordt omgezet naar eiwit.
Daar waar je bij drijfmesttoediening vooral mikt om te bemesten na een droge periode, kan je dat bij kunstmest beter doen voor een drogere periode. Veel neerslag na het kunstmeststrooien zorgt immers voor verliezen van je (dure) meststoffen.
Vergeet ook de andere elementen niet. Kalium is naast drijfmest vaak nodig, kijk hiervoor naar je standaardbodemanalyse met bemestingsadvies. Ook zwavelbemesting is een aandachtspunt, zeker in het voorjaar.
Dit alles geldt bij een pH in de streefzone. Daar zorgde je normaal al voor in het najaar. Blijkt uit je bodemanalyse dat je pH toch te laag is? Gooi dan je planning om en stel de bemesting uit. Bekalk eerst! Na het bekalken wacht je dan best voldoende lang (afhankelijk van de neerslag) vooraleer met je bemesting te starten.
Grijp de kans om vroeger van start te gaan met toedienen van drijfmest op je grasland nu het kan. Overdrijf niet met de dosis en fractioneer de drijfmestgift over meerdere snedes.
Kijk naar de temperatuursom om te weten wanneer je best de eerste keer kunstmest strooit. Geef liever twee kleinere dosissen stikstof dan één grote voor de eerste snede.
