Afrijping mais: Vroege rassen zijn klaar, late rassen vragen nog een beetje geduld
Dit bericht werd geplaatst in Nieuws op .
Vorige week woensdag 26 augustus en donderdag 27 augustus werden er stalen genomen op 7 locaties. Op 4 locaties is er immers al geoogst. Aangezien de komende dagen nog locaties zijn geoogst, is dit het laatste bericht voor dit jaar.
Gemiddeld genomen bedraagt het drogestofpercentage 35,2% en steeg met 4,9% over de verschillende rassen en locaties heen.

De locatie Achel wijkt nog steeds duidelijk af van de andere locaties. Zoals in eerdere berichten al aangehaald is dit een beregend perceel en hebben alle rassen nog een eindje te gaan voor ze oogstklaar zijn.
Op de andere locaties zijn de vroegste rassen uit het netwerk (P7179, KWS Curacao en LG32257) oogstklaar. De gemiddelde cijfers bedragen 35% of meer. Op sommige locaties zitten deze rassen met een drogestofpercentage hoger dan 40% al ruim boven het optimale oogstvenster. SY Remco en SY Frejya hebben een gemiddelde drogestofstofpercentage van respectievelijk 31% en 28,5%. Vergeleken met de vroeg rassen is de stijging tov vorige week beperkt bij de late rassen. Wellicht zijn deze rassen nog groener en bevatten ze relatief gezien nog meer vocht. De komende dagen wordt het terug droger en de dagtemperaturen schommelen tussen 20°C en 25°C. De afrijping zal hierdoor aan gestaag tempo doorgaan. Al blijft het hier ook raadzaam om de percelen regelmatig te controleren.
Ondertussen is de eerste mais als MKS geoogst en is er zelfs al mais gedorsen. Op de locaties Piringen en Geel is de meting gebeurd van het graan bij het ras LG32257. Gemiddeld genomen bedroeg het vochtpercentage op deze locaties 38%. Met een vochtgehalte van gemiddeld 38% komt deze maïs in de buurt van het geschikte oogstmoment voor CCM of vochtig graan. Voor droge korrelmaïs is het vochtgehalte nog te hoog.

Het maïsjaar 2026 startte vlot. Dankzij voldoende hoge temperaturen verliep de groei aanvankelijk voorspoedig. Een wisselvallige periode in mei en juni vertraagde de groei, maar vanaf half juni werd het warmer en groeide de maïs opnieuw voorspoedig. Na verloop van tijd speelde de aanhoudende droogte, in combinatie met het warmere weer toch parten. In eerste instantie lieten de droogtegevoelige percelen zien dat de planten het moeilijk hadden. Maar ook op wat nattere percelen was er na verloop van tijd het effect van droogte te zien. De maïs rijpte daardoor op veel percelen snel af en 2026 zal de geschiedenis ingaan als een jaar met een vroege maïsoogst.
Wanneer alle rassen en locaties worden vergeleken, met uitzondering van de ultravroege rassen, behoorde het drogestofpercentage begin augustus tot de hoogste van de afgelopen tien jaar. Alleen in 2018 lag het gemiddelde nog hoger. De neerslag omstreeks 15 augustus vertraagde de afrijping.
Eind augustus bedroeg het gemiddelde drogestofpercentage 33,1%, zonder rekening te houden met de ultravroege groep. Dit cijfer hoort ook tot één van de hoogste cijfers van de afgelopen 10 jaar. In 2022 en 2025 lag het gemiddelde drogestofpercentage hoger. In de extreem natte jaren 2021 en 2024 werden vergelijkbare drogestofpercentages pas ongeveer vijf weken later bereikt, en op sommige percelen zelfs helemaal niet. Bij de oogst 2026 blijken er veel verschillen te zijn tussen, maar ook binnen percelen. De kuilanalyses zullen binnenkort uitwijzen hoe deze verschillen zich uit naar voederwaarde toe .
De partners van het LCV wensen u nog succesvolle oogst en kwaliteitsvolle kuil. Volgend jaar kan u weer op ons rekenen!
Voor LCV : Gert Van de Ven (Hooibeekhoeve)