Afrijping mais 2026: De eerste cijfers van het LCV-netwerk: mais rijpt snel af

Dit bericht werd geplaatst in Maïs, Nieuws en getagd , op .

De eerste maïs zit ondertussen al onder zeil en her en der in Vlaanderen wordt al gehakseld. Vooral kolfloze maïs wordt geoogst, maar ook normaal ontwikkelde maïs begint op verschillende plaatsen snel te verdrogen. Met opnieuw enkele zomerse dagen voor de boeg kan de afrijping snel verdergaan. Percelen tijdig controleren en, waar nodig, de loonwerker vastleggen is dan ook de boodschap.

Afgelopen donderdag, 6 augustus,  zijn op de 11 verschillende locaties in Vlaanderen maïsmonsters genomen voor het netwerk waar wekelijks de afrijping van de maïs wordt opgevolgd.

Gemiddeld genomen bedraagt het drogestofpercentage 25,3% over alle locaties heen. Het ultravroege P7179 is het verst gevorderd met over alle locaties heen een drogestofpercentage van 29 %. Het zeer vroege ras KWS Curacao laat een drogestofpercentage van 25,4% op tekenen. Het vroege ras LG32257 en het halfvroege ras SY Remco hebben respectievelijk 25,8 % en 23,5% drogestof. Het latere ras SY Freyja heeft over alle locaties heen een waarde van 22,9 %.

Als we naar de locaties afzonderlijk kijken, dan worden op de locatie St Niklaas de hoogste drogestofgehaltes genoteerd. Opvallend op deze locatie is dat het halfvroege ras SY Remco een hoger drogestofpercentage laat zien dat het ultravroege ras P7179. De perceels- en groeicondities kunnen naast de vroegheid van een ras ook een invloed hebben op de afrijping.

Op de locaties Geel, Langemark-Poelkapelle en Retie werd er reeds de voorgaande week al een meting uitgevoerd. Deze 3 locaties laten een stijging van 5.5% zien. Over meerdere jaren gezien lijkt de afrijping in 2026 een zelfde lijn als in 2022 en 2025 te volgen. Rekening houdend met de zomerse weersomstandigheden mogen we er vanuit gaan dat de vroegste rassen hun oogstmoment naderen, maar de grote verschillen tussen percelen maken een individuele perceelscontrole noodzakelijk.

Kolven van P7179 (links) en SY Freyja (rechts) op de locatie in Geel

De locaties in Noord-Limburg, die normaal gezien bij vroegste locaties horen, laten nu de laagste cijfers zien. De locatie Achel is een beregend perceel dat zeer goed ontwikkeld is. Hier is het oogstmoment zelfs voor de vroegste pas voor enkele weken, gerekend met een gemiddelde stijging van 5% per week. De locatie Bocholt laat vergelijkbare cijfers zijn maar is een perceel dat geleden heeft onder de storm van 27-28 juni en staat er verdroogd bij zonder kolf. Deze mais rijpt niet af maar verdroogt verder. Metingen op Hooibeekhoeve van kolfloze mais op een praktijkperceel laten ook en stijging in droge stof van 5% per week zien.

Links: mais op de locatie in Achel, rechts: mais zonder kolf

Zoals in het artikel van vorige week al aangehaald heeft het geen zin om zulke mais zonder kolf nog lang te laten staan. Bij een drogestofpercentage van ca 28%-30% kan deze geoogst worden, weliswaar met de nodige aandacht voor het inkuilen en sapverliezen.

LCV biedt op de website ook een informatieblad aan om de inschatting van de afrijping te maken: https://www.lcvvzw.be/wp-content/uploads/2023/07/11_Fiche-beslissing-oogstmoment-gewone-mais.pdf

Voor LCV : Gert Van de Ven (Hooibeekhoeve)