Referentiepercelen: nitraatresidu 2012 – Resultaten van een eerste jaar werking

Dit bericht werd geplaatst in CVBB, Nieuws op .

Hoe het startteā€¦

Een van de taken die aan het CVBB werden toevertrouwd is het opzetten van een netwerk van referentiepercelen. Bedoeling is om voor alle teeltgroepen het nitraatresidu op te volgen op bedrijven die een goede praktijk inzake teeltechniek en bemesting toepassen.
In het vroege voorjaar van 2012 werden 135 referentiebedrijven vastgelegd, verspreid over de verschillende provincies en landbouwstreken van Vlaanderen. De akkerbouw- en voedergewassen en de vollegrondsgroenten worden opgevolgd op 95 bedrijven.
Omwille van de bedrijfsspecialisatie werden voor de aardbei- en sierteeltsector in openlucht telkens 15 bedrijven toegevoegd evenals 10 bedrijven voor de biologische sector.
Het rijke spectrum aan land- en tuinbouwteelten in Vlaanderen maakt dat niet alle teelten konden opgenomen worden in het netwerk. De keuze van referentiebedrijven gebeurde vooral i.f.v. teelten die qua areaal en toegevoegde waarde belangrijk zijn voor Vlaanderen; bij o.a. de vollegrondsgroenten werd bovendien gekeken naar teelten die het moeilijk hebben met het respecteren van de nitraatresidunormen. Teelten met weinig problemen inzake nitraatresidu, zoals o.a. het pit- en steenfruit werden niet opgenomen.
Op elk referentiebedrijf worden in principe 4 percelen opgevolgd. Er werd gekozen voor vaste percelen, die 3 teeltjaren zullen worden opgevolgd (2012-2013-2014). Zodoende kan de jaarinvloed (weersomstandigheden, teeltontwikkeling) en de invloed van teeltrotatie en teeltechniek op het nitraatresidu in kaart gebracht worden.
Op elk perceel worden 3 nitraatresidumetingen uitgevoerd: N1 in de periode 1-10 oktober, N2 tussen 20 en 30 oktober en N3 in de periode 5-15 november. Dit geeft de mogelijkheid de evolutie van het nitraatresidu tijdens de sperperiode (staalnameperiode voor nitraatresidu) na te gaan.

Volledig artikel: Referentiepercelen_resultaten 2012