Gerichte aanpak specifieke probleemonkruiden

Maïs wordt op vele vlakken gezien als een gemakkelijke teelt, ook wat betreft het aspect van de onkruidbestrijding. In vele gevallen volstaat het om in één enkele passage in (vroege) na-opkomst te behandelen om een maïsperceel onkruidvrij te krijgen. De situatie is de laatste tien jaar echter veel moeilijker geworden: een aantal milieubelastende middelen zijn uit de markt genomen, het aantal alternatieven dat op de markt kwam was soms beperkt en vaak ook duurder, de ontwikkeling van resistenties bij bepaalde onkruiden (deels te wijten aan intensieve monocultuur maïs), de opkomst van een aantal  nieuwe “exotische” grassen, enz. Voor heel wat onkruiden blijven standaardcombinaties voldoende om tot een goede onkruidbestrijding te komen. Voor een aantal moeilijker te bestrijden onkruiden zoals vingergras en haagwinde blijft het gebruik van de juiste middelen bij het juiste tijdstip cruciaal om tot een succesvolle onkruidbestrijding te komen. Soms moet men ook durven afstappen van het toepassen in één passage om het probleemonkruid aan te pakken. Het is een investering in de toekomst: elk jaar waarbij de onkruidbestrijding niet goed lukt zorgt voor extra onkruiddruk in de jaren nadien. Naast het optimaliseren van schema’s tegen reeds lang ingeburgerde onkruiden is er ook nood aan informatie rond meer recent geïntroduceerde onkruiden zoals knolcyperus en Panicum schinzii.

Projectverantwoordelijke: CIPF vzw